Back

men

Ik sprak hen van Pieter Breugel de Oude  die ook een Vlaming was.  Hij is geboren in Bree van Vlaanderen of in Breda bij onze Noorderburen  maar is gestorven in het hartje van mijn land.  Hij schreef zijn naam zonder  H  tot aan zijn dood, zijn zonen daarentegen vervalsten hun naam met één letter extra,  hun H is na de G gekomen. Ik genoot van de Amerikanen die met grote luisterende oren rondom mij stonden, ik vertelde met antropologisch genot over den Boeren-Bruegel uit de 16de eeuw. Ik vuurde met mijn schoonste woorden en herdoopte onze schilder tot Peer den Drol  of  Vieze Bruegel.  Hoe hij genoot van het schilderen van den boer en zijn jolijt, het vreten als zijn beesten en al de zoete vrijgevochten zonden van den boer!  Hij bracht ons feestelijke taferelen barstensvol leute en orgiën met een overgekookte smaak. Zijn werken geuren nog naar eeuwenoud jolijt,  ik snuif  nog met  genot het vreten van hun  eten en ruik nog steeds als toen bij hun beesten de vele schaamteloze Vlaamse boerenscheten. In New York wist men al wat  van den Breugel maar wat ik hen had verteld, daar stonden ze toen toch van versteld!

Ik vertelde  van James Ensor die het geweten van de Kerk, het onderwijs en het gerecht heeft onderschreven. Hoe de koning, de rechter, de onderwijzer en de kanunnik op het randje van den pispot over het Vlaamse volk hebben zitten kakken.  Hoe de mensen met open mond gaapten onder hun kont en hoe het volk toen al hun stront wel slikte!

“Belgique en 1889,  alimentation doctrinaire.”

James Ensor was een schilder die pleitte voor het algemeen stemrecht, goed onderwijs,  de heilige Drievuldigheid en het socialisme!  Ensor  schilderde de “Baden van Oostende” als een tafereel van seksuele driften,  die van hoge jonge heren en de driften van de priesters mooi verborgen onder hun pij. Rond de vele koppels plassend in dat driftig water van Oostende  gluren sjiek veel mensen in hun Brussels plunje om te leren van die zee.  James Ensor leefde toen tussen zijn dominante moeder en haar zuster, maar toch bevlogen zijn vreemde lustige driften telkens heel opvallend over zijn schilderdoek.  Ensor bekeerde zich met vele Christustaferelen en wees hiermee op Zijn gelaat. James Ensor hield van maskers,  wisselde veel hoofden,  sprak en grijnsde met veel waarheid en maskerde zichzelf achter het geloof, de hoop en de zegen.

Ik heb er voor de camera de geschiedenis besproken en verzuchtte al mijn krachten met het preken over kunst, ik trok mijn eg vol woorden door het landschap van de kunst en gaf wel dubbel zoveel energie als dat van een ploegend paard!

….

men

 Hua, het dochtertje van de restauranthouder,  zet haar voetje heel voorzichtig op de open drempel van de galerij,  maar niemand doet haar na.  Het meisje loopt dan helemaal naar binnen en de ogen van de massa volgen het kleine kind.  Hua staat tussen de acht grote beelden, kijkt naar de zeven Mao’s  met geweren waarop de bajonetten en denkt peinzend na.  Het volk houdt stomverbaasd de adem in wanneer het kleine meisje als een bloempje  in het leven in de loop van een geweer de dood staat aan te kijken.  Hua draait zich daarop om en kijkt naar Christus die er veelzeggend met open armen haar stomverbaasd staat aan te staren.  Het kleine meisje stapt naar hem toe, neemt zijn hand en ziet verwonderd dat het beeld van Christus bronzen kleuren bloedt.  Het Chinese meisje  zoent de hand van Christus en omarmt Hem dan rond zijn  hoge benen terwijl ze nu samen door het vuurpeloton van Mao  worden bedreigd.  Buiten fluisteren de mensen  voor het vensterraam  van  de galerij, ieder  volgt heel nieuwsgierig  wat het kleine meisje doet.   Hua kijkt in de richting van de straat,  ziet  hoe de mensen  zich plots in twee groepen verdelen ……

men

Ik trap de trap en help mezelf naar boven, het hout verloor al eerder vele van zijn oude verven door  het trappen van mijn moedeloze stappen op die steile trap naar mijn atelier.  Help ik mij dan toch wat sneller op die trap, dan is het door een ranke hinde die ik droom voor mij.  Ik laat geen  dromen sterven omwille van de hoogte van  mijn toren waar ik boven die andere wereld mijn broosheid breek, en strijk dan liefst heel zachtjes mijn kleurende verven als naakte dromen voor mij uit.  Ik schilder en ik leef.   Ik leef en overleef om dat van mij.  

Mijn voeten onder mijn planken, mijn naaktheid hier gevangen, mijn geest traant om dat blijvend stil verlangen.  Ik zit hier op mijn urne, zie het haksel van mijn dromen, lijm de restanten van mijn woorden en lees de gebroken zinnen uit mijn leven weer aaneen.  Mijn leven zal herrijzen, ik strooi mijn kleurende poeders en laat ze weerom volop wortelen onder mij.  

Ik kan amper nog vertellen over het leven, en dat van mij.

Back